Christenen moeten Joodse feesten gaan vieren?

door predikant T. J. de Ruiter

Inleiding

Laten we in Nederland als Christenen toch proberen niet oubollig te zijn. Waarom zouden we die al lang verouderde tweede naamval 'des Heren' nog gebruiken. Jongeren kijken je vragend aan als die wordt gebruikt. En dan de combinatie van een relatief nieuw woord 'festival' met het oubollige 'des Heren,' dat staat gewoon niet.

Dit zijn enkele gedachten, die onmiddellijk bij me opkwamen toen ik het artikel 'Gods plan voor de gemeente en het Joodse volk' van Susan Nikerk in Charisma van februari 2003 las. Ik vroeg me af of het soms geestelijker of overtuigender is om oubollig in taalgebruik te zijn en van uitheemse woorden gebruik te maken. Bij lange na zijn deze kanttekeningen echter niet mijn belangrijkste opmerkingen over het artikel - ik heb inhoudelijke bezwaren, die van veel ernstiger aard zijn.

De Heilige Geest wil…..

In het artikel van Charisma wordt gesteld dat het de wil van de Heilige Geest is de viering van de oude Israëlische feesten te herstellen in de kerk.

Het is echter mijn stellige overtuiging op grond van het apostolisch onderwijs in het Nieuwe Testament dat de Heilige Geest in het geheel niet geïnteresseerd is in het herstel van deze feesten in de kerk. De duidelijke en gezaghebbende reden is dat in het Nieuwe Testament deze feesten slechts schaduwbeelden of zinnebeelden worden genoemd van de geestelijke en eeuwige werkelijkheid, die in Christus geopenbaard en beschikbaar is gekomen. Bestudeer maar eens Hebreeën 8:5 waar over de in het levitisch stelsel uiterst belangrijke dienst van de priesters geschreven is dat zij 'slechts dienst verrichten bij een afbeelding en schaduw van het hemelse.' In vers 13 van hetzelfde hoofdstuk concludeert hij dat het oude verbond 'verouderd' is. En wat veroudert en verjaart, is niet ver van de verdwijning.'

Vaste tijden…

De schrijfster gebruikt ook Genesis 1:14 - er staat: "en dat zij - zon en maan - dienen als aanwijzing zowel van vaste tijden als van dagen en jaren…" - als ondersteuning voor het vieren van de Israëlische feesten. Maar een verantwoorde uitleg op dit vers toont ondubbelzinnig aan dat deze visie op de rol van de zon en de maan vanuit de veel later ontstane Joodse cultus met haar feesten geschreven werd. Het is de vaste omloop van de zon - in feite de vaste baan van de aarde om de zon - die ons de jaarlijkse kringloop van seizoenen en jaren geeft en het is de draaiing van de aarde om haar eigen as, die ons dag en nacht geeft. De patriarchen van Israël vierden de feesten niet, ook in Egypte werden zij nog niet gehouden. Pas na de Exodus werden de feesten ingesteld en in de Tora op bepaalde data vastgelegd. Zo is het Pascha op de 14e van de maand Nisan; zeven weken later werd het feest van de eerstelingen gevierd. Het Israëlisch nieuwjaar, 'het Feest van de bazuinen,' valt op de 1e van de 7e maand Tisjri; de 'Grote verzoendag' op de 10e van die maand en het Loofhuttenfeest begon op de 15e dag van dezelfde maand.

Leviticus 23:1-2,3 wordt ook door de schrijfster aangehaald. Mozes schreef er dat de Heer over de Israëlische feesten zei dat zij 'mijn feesten' zijn. Hiermee wees de Heer er op dat deze feesten voor het volk door Hem werden ingesteld. De schrijfster stelt dat deze feesten niet slechts voor Israël zijn, maar ook voor allen, die door het geloof op Israël geënt zijn - met verwijzing naar Romeinen 11:17. Paulus bedoelt ermee uit te drukken dat de gelovigen uit de heidenen door hun geloof deel hebben gekregen aan heil, dat God door Christus - het ware zaad van Abraham, zie Galaten 3:16 - heeft bereid. De snelle gevolgtrekking van de schrijfster dat we de feesten moeten gaan houden, wordt beslist niet door dit beeld van het geënt zijn ondersteund.

Het toepassen van Hosea 4:6, "Mijn volk gaat ten gronde door gebrek aan kennis," op de beweerde 'onwetendheid' in de kerk, met betrekking tot het belang van het houden van de Joodse feesten is gewoon misbruik van deze tekst. Als er even gelet wordt op hetgeen er aan dit vers voorafgaat, zien we dat het te maken heeft met de morele en geestelijke verloedering in het land. Er is geen trouw, geen liefde en geen kennis van God. Men vloekt, liegt, moordt, steelt en pleegt echtbreuk en geweld, bloedbad volgt op bloedbad.

Mevr. Nikirk beweert dat de Christenen van de eerste eeuw de sabbat en de Joodse feesten vierden en de synagogen bezochten. Hiervoor is echter geen enkel gezaghebbend bewijs aan te dragen. In feite werden de eerste gelovigen uit de synagogen geworpen en ook Joodse christenen waren niet welkom in de synagoge. De juistheid van haar bewering dat Paulus met het 'maar over de tijden en gelegenheden broeders, is het niet nodig u dat u geschreven wordt,' doelt op de kennis en het houden van de Joodse feesten is dan ook zeer te betwijfelen want in 1 Thessalonicenzen 5:1 heeft deze uitdrukking te maken met het letten op tekenen, die wijzen op de naderende terugkeer van de Heer. Het standpunt van de apostel Paulus, zoals verwoord in Colossenzen 2:16-19, behoeft ook geen verdere uitleg.

Sommigen houden vol dat de Christenen terug moeten naar de Joodse kalender en tijdrekening, omdat de westerse heidens is. Al Gods werken zijn echter van eeuwigheid gereed en zijn kalender transcendeert die van veel het later ontstane Jodendom, de Grieken, de Chinezen, de Islam en welke menselijke kalenders er nog mogen bestaan. Gods kosmische tijdrekening begon met de Schepping in het oerverleden en het 'tikken van de klok' voor de mensheid begon met de eerste mensen. Er is in het Nieuw Testamentisch onderwijs geen enkel voorschrift aan de gelovigen betreffende het in acht nemen van de Joodse kalender met zijn tijdrekening, seizoenen en feesten. We behoeven ons hierover dan ook in het geheel niet druk te maken. Messias belijdende Joden hebben uiteraard de vrijheid zich aan de Joodse tijdrekening etc. te houden, maar moeten zich niet bezig houden met het onderwijzen hiervan en opleggen aan andere christenen. Indien dit wel gebeurt is er sprake van een onnodige herhalingen van het conflict, waarover we lezen in Handelingen 15:1-34.

Ook wordt er wel gezegd dat we van het kerstfeest af moeten zien, omdat dit van oorsprong een heidens feest is. Dat laatste zou best waar kunnen zijn, maar dit is nog geen reden om het feest, dat christenen aan Jezus hebben gewijd, af te schaffen. De duidelijke, schriftuurlijke grond, die ik hiervoor aanwijs is dat gelovigen met dankbaarheid en vreugde de kerstdagen aan de Heer wijden, zonder enige binding aan afgoden. Ik baseer dit standpunt onder andere op 1 Corinthiërs 10:25-30, waar Paulus schreef over het eten van vlees met dankzegging, ook al zou het misschien aan afgoden zijn gewijd. Als men vlees kan eten dat mogelijk aan afgoden was gewijd omdat men het met dankzegging aan God, van wie alles is aanvaardt, kan men ook de kerstdagen wijden aan de Heer, want al onze dagen zijn door Hem gemaakt!

Als er sprake is van schadelijke heidense en Griekse invloeden in de kerk dan dient de aandacht gericht te zijn op kennis van God, zijn wezen en wil voor de mens, zoals geopenbaard met betrekking tot levensstijl, moraal en de subtiele gevaren, zoals bijvoorbeeld verering van afgoden. Dit soort afwijkingen van ware godsdienst was en is echter helaas ook in het Jodendom aanwezig en de ernstigste zonde is dat de Joden wel de wet vereren, maar Jezus Christus verwerpen en Mozes getuigde juist van Hem! Lees Johannes 5:45-47.

Vrij van de wet…

Als de apostelen schrijven dat christenen 'vrij van de wet' zijn door hun geloof in Christus, bedoelen zij erop te wijzen dat succes in het houden de wetten geen rol meer vervuld voor het eeuwig behoud van de ziel, want de mens ontvangt een rechtvaardige status voor God als een genadegeschenk.

Het is niet juist, zoals de schrijfster stelt, dat het begrip 'wet' in het Nieuwe Testament - de vertaling van het Griekse 'nomos' - moet worden verstaan als wetticisme. De apostelen bedoelden er ongetwijfeld het gehele Joodse wetstelsel mee; inclusief de cultische voorschriften en de vele uitbreidingen en verfijningen door de schriftgeleerden in de loop van de tijd gemaakt. Wetticisme is een overdreven strenge, ongenuanceerde nadruk en naleving van de wet. Het Farizeïsme in de dagen van Jezus en de apostelen was een vorm van fanatisme met betrekking tot de oorspronkelijke wetgeving, dat is juist. Maar elke wet, die menselijk gedrag wil regelen, zal altijd uitmonden in uitbreidingen voor problematische situaties, waarin de mens zich gewetensvol afvraagt hoe de wet erin zou moeten worden toegepast. En als men zich voor het gezag van die wet beroept op een goddelijke inspiratie, zoals het geval is voor de Joodse wetgeving, wordt het leven door de handhavers ervan geleidelijk aan in slavernij gebracht. Deze ontwikkeling toont ondubbelzinnig aan dat het maken van wetten niet de oplossing is om de mens tot een moreel zuiver en gode welbehaaglijk leven te brengen. De enige oplossing is het geschenk van de herschepping van het menselijk hart, zodat het Gods wet wil en kan volbrengen. Dit nieuwe hart ontvangt men op het geloof in Jezus. Ook Israël zal een nieuw hart ontvangen; zie o.a. Ezechiël 11:19,20.

Het zegt veel dat de apostelen van de eerste eeuw de gelovigen uit de heidenen - na enige gebakkelei, zie Handelingen 15:5-21 - geen verplichtingen oplegden en zelfs geen streng advies gaven de Joodse wetten en instellingen te gaan houden. De gelovigen uit de heidenen werd alleen verzocht - ter wille van Mozes, die in alle steden werd onderwezen en de Joden niet al te zeer tot vijandigheid geprikkeld werden jegens de Christenen - zich te onthouden van hetgeen door afgoden bezoedeld is, van hoererij, van het verstikt van bloed. Ik teken hierbij nog aan dat het verbod op hoererij met apostolisch gezag werd gehandhaafd; let op hetgeen Paulus schreef in 1 Corinthiërs 6:15-20.

Opnieuw werd Johannes 1:17 in dit verband van groot gewicht voor mij en het origineel christelijk onderwijs: "De wet - met al zijn inzettingen en instellingen - is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid - het Griekse woord vertaald als waarheid betekent ook 'realiteit'- zijn door Jezus Christus gekomen."

De missie van de Heilige Geest is gelovigen te leiden in de waarheid, de realiteit, die Christus heeft gebracht. Daarom wordt Hij 'de Geest van de waarheid (realiteit)' genoemd; zie Johannes 14:17.

Als ik nog even vluchtig het onderwijs van het Nieuwe Testament samenvat met betrekking tot de Joodse wetgeving zou ik dit als volgt willen doen: Alles wat in de wet te maken heeft met het respect voor God, het leven en de medemens, wordt door Christus gehandhaafd. Daarom is de wet in één zin samen te vatten: God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf."

De wederoprichting van alle dingen

Over Handelingen 3:21, de 'wederoprichting van alle dingen.' bij de wederkomst van Jezus Christus. Mevr. Nikirk stelt op grond van deze tekst dat de Heilige Geest reeds nu - in de gemeentebedeling, terwijl de Heer nog niet teruggekeerd is - de 'festivals des Heren' - dit is de laatste maal, dat ik deze ongelukkige uitdrukking gebruik - in de kerk wil oprichten. De grote vraag, die serieuze uitleggers hier stellen is uiteraard wat er met 'wederoprichting van alle dingen' wordt bedoeld; wat zal er weer opgericht worden?

De profeten hebben over uiteenlopende zaken geschreven, over een wereldwijde vernieuwing van de aarde, zowel van het milieu als de atmosfeer, over vernieuwing van de morele aard van mens en dier, over herstel van de heerschappij van God en het koninkrijk, de tempeldienst en de gehele Joodse cultus - lees bijvoorbeeld de laatste hoofdstukken van het boek Ezechiël, inclusief van de oude feesten. Het blijft overigens een punt van discussie of ook offeren van dieren opnieuw hervat zal worden. Want in het toekomstig Vrederijk is ook Israël verlicht dat  het éne offer van Christus de zonde van allen heeft verzoend - waarom dan nog die bloedige offerdienst? Dat Oud Testamentische profeten deze offerdienst hersteld zagen, is te begrijpen vanuit hun visie op herstel, maar dit hoeft nog niet te betekenen dat Jezus deze diensten dan perse hersteld wil hebben. Ook profetieën kunnen worden achterhaald door nog niet goed begrepen ontwikkelingen in Gods grote heilsplan. Petrus stelde dat de oude profeten inderdaad moeite hadden in te zien, waarover zij spraken; zie 1 Petrus 1:10-12.

Toen Petrus de profetische woorden van Handelingen 3:21 sprak stond er een tempel en was er een functionerende tempeldienst met priesters en offeranden. Dat behoefde toen dus niet opnieuw opgericht te worden. Pas in het jaar A.D. 70 werd Jeruzalem door de Romeinse generaal Titus met de grond gelijk gemaakt en de Joden verdreven. Even eerder in zijn toespraak had Petrus gesproken over 'tijden van verademing' die zouden komen als het volk zich zou bekeren; Handelingen 3:19. Wat we in gedachten moeten houden is dat de Joden in die dagen zuchtten onder heidens Romeins gezag. Zij hadden hun nationale onafhankelijkheid verloren en konden zich niet ontplooien zoals zij zelf wilden. Het ligt daarom voor de hand dat met de 'wederoprichting van alle dingen,' vooral hun nationale onafhankelijkheid werd bedoeld en het herstel van Davids troon door de Grote Zoon Jezus Christus -  hierover hadden de profeten geprofeteerd en hierin en geloofden de apostelen met hun gehele hart. Om Handelingen 3:21 heel specifiek op de feesten toe te passen stuit op contextuele en eschatologische bezwaren

Slot

Reeds eerder zagen we dat Charisma neigt tot het opnemen van leringen, die we in het Zevende Dag Adventisme aantreffen. Een aantal jaren geleden verscheen er een artikel over de viering van de sabbat. Nu zien we opnieuw dat het ruimte geeft aan het bevorderen van het in acht nemen van Joodse instellingen.

Laat mij duidelijk zijn. Als gelovigen zo af en toe een Joodse feest willen houden als een extra gelegenheid om samen God te eren, Hem te danken en te prijzen voor zijn werk, kan dit zeer leerzaam en zegenrijk zijn. Maar nogmaals, als men met het beroep op de wil van de Heilige Geest, deze instellingen aan de kerk van Jezus Christus wil opdringen, gaan er bij mij heel wat rode lichtjes branden. Er wordt in sommige kringen het één en ander nog al snel toegeschreven aan de directe inspiratie door de Heilige Geest, zonder het deskundig beoordelen en toetsen ervan. Dit zal - zoals velen nu ook constateren - leiden tot excessen, onschriftuurlijke opvattingen en in het ergste geval - denk aan de 'profeet' van Geene - tot ernstige wantoestanden. Bovendien, is de nadruk op de sabbat, het houden van de Joodse feesten, de besnijdenis en het zich onthouden van bepaalde dierlijke voedselsoorten eigenlijk ook niet een nieuwe manifestatie van wetticisme?

Tenslotte nog dit: Ik ben het eens met mevr. Nikirk dat wij, Christenen, veel van de prachtige maar complexe waarheid van de verlossing in Christus kunnen leren door het bestuderen van de Joodse instellingen, waartoe ook de feesten behoren. Daarom is een studie van deze inzettingen van het Oude Verbond altijd zeer leerzaam. Men zou zo'n feest ook wel eens een keertje met elkaar exact volgens de voorschriften, die in de Bijbel hiervoor gegeven zijn kunnen vieren. Op het Loofhuttenfeest zou men dan in een hutje gebouwd van twijgen en bladeren kunnen gaan zitten. Maar de realiteit van het echte Loofhuttenfeest zal pas zijn gekomen als we de woestijnreis van dit leven hebben volbracht en we allen verenigd zijn bij de Heer. Ik verzeker u dat alle Joodse gebruiken en feesten hierbij in beleving helemaal verbleken!

~~~~~~

Meer informatie? Vragen...? e-mail pastor T. J. de Ruiter

Voor ondersteuning van de bediening van prediking en onderwijs van Teun & Tessa de Ruiter kunt u uw gave storten op de rekening van Stichting Christian Revival Ministries te Leusden, rek. nr.  44.71.11.973.

~~~~~~~~

Site St. Christian Revival Ministries, since 8 febr. 2003 / upd. 26 januari 2006 / The Netherlands