Inleiding
Veel mensen geloven wel in het bestaan van een 'Hogere Macht,' een 'Scheppingskracht', een 'Organiserend Principe' of iets dergelijks. De defnities over God nemen toe maar ze vertonen de tendens steeds vager en minder waardevol voor het leven te worden. Ik vind dit een vraag van levensbelang: Bestaat er echt een God, een Wezen met een wil, intelligentie, een emotioneel hart en die echte, barmhartige, tedere liefde kent? Is er echt een Goddelijk Wezen, die als een Vader kan worden beschouwd en als Vader kan worden aangesproken? Sterker nog, kunnen wij van Hem liefde, verzorging, steun, opvoeding en ook... correctie verwachten? Wie- of welke bron zouden wij het best kunnen raadplegen om ons dat Godsbeeld te geven, dat wij nodig hebben? Ik stel voor: Laat ons naar de Bijbel gaan want in dit boek treffen wij de liefelijkste en mooiste openbaring van God aan. Jezus Christus is dan de centrale persoon, die ons de definitieve openbaring van een liefdevol, genadig en barmhartig God heeft gegeven.
Jezus Christus heeft over God gezegd in Johannes hoofdstuk één: "Niemand heeft ooit God gezien, de Eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen. En in het vierde hoofdstuk van het Johannes' evangelie zei Hij: "God is Geest en wie Hem aanbidden moeten Hem aanbidden in geest en in waarheid." De apostel beaamde in 1 Tim. 6:16 dat God nooit door een mens gezien is, dat Hij alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht bewoont. Het is Jezus Christus, die de onzichtbare, allerhoogste God, zichtbaar en tastbaar heeft gemaakt. In het Johannes' evangelie hoofdstuk 14 zei Hij: "Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien.
Hoe denken filosofen en theologien over wie God is?
Plato zag God als het 'eeuwige verstand'; de oorzaak
van het goede in de natuur.
Aristoteles zag God als 'de eerste grond van
alles'.
Spinoza definieerde God als 'de absolute, universele,
substantie, die de werkelijke oorzaak van alles is'. Niet dat Hij de oorzaak
van alle bestaan en zijn is, maar Hij is zelf al het bestaande. Alle bestaansvormen
zijn 'modificaties' van Hem.
Kant definieerde God als een Wezen dat door zijn
verstand en wil de oorzaak van de natuur is, een Wezen dat alle recht heeft
en geen plichten; de morele Auteur van de wereld.
Sloane Coffin zei: "God is voor mij die scheppende
kracht achter en in het heelal, Die zichzelf manifesteert als energie,
leven, orde, schoonheid, gedachte, geweten en liefde." Hij zei verder:
God onderhoudt-persoonlijke relaties met de mens, maar is Zelf niet persoonlijk..
Hier volgen enkele uitspraken over de kenmerken van God.
De 'Westminster Shorter Catechism' zegt:
"God is een geest, onbeperkt, eeuwig en
onveranderlijk in zijn wezen, macht, heiligheid, rechtvaardigheid, goedheid
en waarheid."
Dr. Miley zegt:
"God is een eeuwig, persoonlijk Wezen van
absolute kennis, kracht en goedheid." (John Miley, in Systematissche Theologie,
1893)
Strong zegt:
"God is de onbeperkte en volmaakte Geest,
in wie alle dingen hun bron, ondersteuning en voltooiing hebben."
God is geest
In het bovenstaande wordt telkens gesproken over de geestelijke bestaansrealiteit van God. Reeds in oeroude tijden begrepen mensen dat er een onstoffelijk, bovenaards regerend en machtig Schepper moet zijn. De Hebreeën gebruikten om God's bestaan te duiden begrip 'Ruach,' en de Grieken 'pneuma,' een woord dat lucht, wind, adem betekent, maar ook gebruikten zij om het innerlijk, meest wezenlijke van de mens te benoemen. God als een ontastbaar, onzichtbaar en bovenmenselijk wezen was een puur Ruach. In de Bijbel lezen wij dat dit goddelijk ruach wezen communiceerde met de mens en op onbegrijpelijke wijze grote daden verrichtte, waarbij Hij dikwijls bovennatuurlijk ingreep in het normale verloop van natuurlijke zaken. In Jezus Christus kwam Hij persoonlijk op aarde om iets te doen wat geen mens zelf doen kon: Verzoening doen voor de zonde van de mensheid. Hij offerde hiervoor zijn eigen rein, zondeloos leven op.
Slot
Jezus Christus wist zich de Zoon van God en leerde
de mensen dat ook zij diezelfde God als een liefhebbend, zorgzaam en leidinggevend
Vader konden leren kennen. Hij leerde dat mensen veel kostbaarder voor
God zijn dan dieren of andere schepselen. Hij demonstreerde dit met zijn
leven en in zijn zorg voor de mensen om zich heen. Hij leerde dat God de
mens uit zijn ellende wil verlossen, genas de zieken in Naam van zijn Vader
en beurde mensen op, waar Hij maar kon. Aan mensen die in de goot terecht
waren gekomen gaf hij nieuwe, positieve levenskansen. Hij verzekerde de
mensen keer op keer dat de Schepper werkelijk bestaat en dat Hij gemeenschap
met de mens wil hebben. Hij zei voordat Hij naar de hemel terugging: Ik
vaar op naar mijn God en uw God, naar mijn Vader en uw Vader.
Schrijf pastor T. J. de Ruiter