De Berijder van het  witte paard

Prediking van T. J. de Ruiter

"En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard; en Hij, die daarop zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig."

Openbaring 19:11-16

Inleiding

Witte paarden zijn prachtige beesten. U heeft ze ongetwijfeld wel eens gezien. Witte paarden worden nog steeds met bijzondere zorg door hun eigenaars vertroeteld, alsof het mensen zijn. Koningen, die majsteitelijkheid, vrede en recht wilden handhaven reden in de oudheid gaarne op witte paarden. In de tijd van Johannes waren paarden in gebruik als rijdieren voor vorsten en strijders. Het beeld dat Johannes zag was in zijn geheel dus geen onbekend gezicht voor hem. Hij kon het plaatsen binnen zijn begripskader.

De Apocalyps, zoals de Openbaring van Johannes wel genoemd wordt, kan niet uitgelegd en verstaan worden als men geen uitgebreide kennis heeft van de betekenis van de symboliek, de typologische personen, voorwerpen en taferelen, zoals die in de Joodse Geschriften, waarvan er een aantal in ons Oude Testament zijn opgenomen, aantreffen. Ook een kennis van het evangelie is echter noodzakelijk om de boodschappen van het boek tot in details te verstaan. Het is duidelijk voor alle uitleggers: de ziener van Patmos, de apostel Johannes, was niet slechts een Jood, die doorkneed was in de Oude Geschriften, maar was ook een gelovige in de Messias, de Christus, Jezus van Nazareth. Jezus Christus staat dan ook centraal in dit boek. Het gaat om zijn glorie en Hij wordt gezien als Degene, die vanuit de hemel alles leidt en bestuurt.

Het gehele boek ademt de sfeer uit van een gigantische strijd, een strijd tussen geestelijke, bovenmenselijke machten. Toch wordt deze strijd - zo ziet de schrijver het - beslecht op deze aarde en hij weet ook dat de Christus met zijn gelovigen als de overwinnaars te voorschijn komen. In hoofdstuk negentien zien we Hem op een complexe, indrukwekkende wijze uitgebeeld als de Berijder van een wit paard. Met hoofdstuk negentien, vers elf begint er een nieuwe geestelijke waarneming. Hij schreef: "En ik zag de hemel geopend......" Begon Johannes hier aan een nieuwe visionaire sessie met de Heilige Geest, die hem alles liet zijn en openbaarde?

In deze woordverkondiging zal ik op de meeste details in dit visioen van de Berijder van het witte paard willen ingaan. Als u mij volgt worden de adembenemende betekenissen van dit visioen krachtige geestelijke waarheden voor u, die uw geloof in Jezus zeer zullen versterken! Volg mij als ik u introduceer tot de Berijder van het witte paard.

De  Berijder van het witte paard

De hemel wordt geopend. We komen een soortgelijke verklaring in dit fascinerende boek voor het eerst tegen in hoofdstuk vier. "Na deze dingen..." - de introductie van de zoon des mensen en de brieven aan de zeven gemeenten in Klein Azië - "zag ik, en zie, er was een deur geopend in de hemel." Hoe moeten wij ons dat voorstellen? Bij klaarlichte dag, een blauwe hemel, waarschijnlijk wolkenloos, kijk je naar boven en ineens zie je de hemel open gaan. Het kan niet anders of dat moet een 'geestelijk zien' zijn, een andere wijze van zien dan met het lichamelijk oog; een zien van dingen, die voor het gewone oog niet zichtbaar zijn. Wat gezien wordt moet via een werking van de Geest op het bewustzijn van de mens worden geprojecteerd. Soortgelijke ervaringen zijn meer voor gekomen - tot op de huidige dag. Zij komen op 's nachts voor als een droom of overdag in een geestvervoering. Schreef Johannes ook niet in hoofdstuk één, vers tien: "Ik kwam in vervoering van de geest op de dag van de Heer?"

Thans ziet hij uit de geopende hemel een wit paard met een berijder komen. Hij herkent de figuur als Hem van wie wordt gezegd dat Hij 'Getrouw en Waarachtig' is. Deze figuur kan niemand anders dan Jezus Christus zijn. In hoofdstuk drie, vers veertien, wordt Jezus ook als zodanig genoemd: "Dit zegt de Amen, de Getrouwe en Waarachtige Getuige, het begin van de schepping van God." De visionaire indrukken zijn in eenheid in dit boek. "En zijn ogen waren een vuurvlam," zegt Johannes hier, en in hoofdstuk één, vers veertien zei hij hetzelfde van de ogen. Jezus Christus met vuurschietende ogen. Het zijn ogen, die niet slechts licht ontvangen, maar ook licht uitstralen. Zij stralen het innerlijk licht van de krachtige, goddelijke geest uit en zij doorzien alles, tot in de diepste diepte van het innerlijk. Je kunt haast niet in die ogen kijken, zo doordringend fel stralen zij.

Johannes krijgt inspiratie als hij nadenkend naar de Berijder van dat paard staart. Johannes weet dat Hij vonnis uitvoert, dat is: Hij spreekt recht en voert dat ook uit. Hij voert oorlog in gerechtigheid en op zijn hoofd staan veel kronen. Dan ziet Johannes een tekst op die persoon staan, het moet zijn naam zijn, maar niemand weet wat die Naam is en betekent, dan hijzelf. Wonderlijk, hoe weet Johannes dat laatste? Dat is een intuïtief, geestelijk weten, een weten dat niet te beredeneren is. Hoe meer men erover nadenkt, wat hier geschreven staat, hoe mysterieuzer, wonderlijker en merkwaardiger het wordt. Het wordt nog merkwaardiger als we het volgende op ons laten inwerken.

De Identiteit van de Berijdervan het witte paard; zijn Namen

De Berijder van het witte paard heeft in vers twaalf een Naam, die Hij alleen weet, maar in vers dertien heeft Hij heeft een andere Naam, die wel bekend wordt gemaakt: 'Het Woord van God.' Dan in vers zestien heeft Hij nog een derde Naam, geschreven op zijn kleed en dij: Koningen der koningen en Here der heren. Drie namen draagt Hij dus: De eerste is niet te kennen door het schepsel, de tweede is `Het Woord' en de derde 'Koningen der koningen en here der heren.'

Laat mij in het bijzonder in deze verkondiging stil staan bij zijn drie namen.

Vers 12: De naam, die niemand weet dan Hijzelf: Deze naam wijst op zijn verborgen, goddelijke identiteit.

Vers 13: De genoemde naam: Het Woord van God: Deze naam wijst op zijn vleesgeworden, God geopenbaarde identiteit.

Vers 16: De door Hem zelf geschreven naam op zijn kleed en dij: Deze Naam wijst op zijn koninklijke identiteit en universele heerschappij: Koning der koningen en Heer der heren

De geschreven Naam, die niemand weet dan Hijzelf; vers, 12, zijn onkenbare Goddelijke Identiteit.

Deze naam is dus een verborgenheid. Deze verborgen naam, of onkenbare naam, verwijst naar zijn niet te doorgronden, goddelijke identiteit.

Hoe we ook over God denken, wat we menen over Hem te weten, de Allerhoogste God blijft een ondoorgrondelijk wezen, ver verheven boven alles en allen. Paulus zegt over Hem in 1 Timotheüs zes, vers zestien: "Die alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht bewoont, die geen der mensen gezien heeft of zien kan. Hem zij de eer en eeuwige kracht! Amen". In de brief aan de Romeinen schreef hij in hoofdstuk elf: "O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen!"

Maar, zal iemand willen tegenwerpen, door Jezus Christus kunnen we God toch leren kennen? Hoe kunt u dan zeggen dat Hij onkenbaar is en blijft? Let op, het is zo: wat God van Zichzelf aan ons kan en zal openbaren, dat kunnen we kennen. Maar wat Hij ons niet openbaart, zullen we niet kennen. Iemand zou hierop kunnen regaeren met: God zou dus anders kunnen zijn dan dat wat wij van Hem kennen? Mijn antwoord is: neen, want er is geen innerlijke tegenstrijdigheid in Hem. Hij is wat Hij openbaart, maar tegelijkertijd is Hij onkenbaar meer dan wat Hij van zichzelf aan beperkte schepselen kan openbaren.

In Exodus drie openbaarde Hij zich aan Mozes in de woestijn en het klonk uit de brandende struik: "Ik ben, die Ik ben..." Hij weet, wie Hij is. Hij kent zichzelf ten volle. Zijn goddelijk bewustzijn omvat de volledige diepte en inhoud van zijn geest. Voor mensen is zijn identiteit te kennen voor zover zij Hem kunnen bevatten. De Berijder op het witte paard is een goddelijk persoon, Hij is God, zijn naam is onweetbaar, onkenbaar voor anderen. Hij weet, wie Hij is. Veel mensen worstelen wanhopig en ziekelijk met het kennen van hun kleine identiteit. Hij, God, de Onkenbare, de Onweetbare, weet wie Hij is. Wat staat ons te doen als we met deze onkenbaarheid van God worden geconfronteerd? Wat staat ons te doen als we met deze Goddelijke onkenbaarheid van Jezus Christus worden geconfronteerd? Dit: Hem te aanbidden met ons gehele wezen.
Hij is op een paard gezeten. Hij is boven de mensen verheven en alle processen, die er zich tussen hen afspelen, overziet en doorziet Hij. Hij overziet het willen, wensen, woelen en werken tussen de mensen. Omdat Hij boven de mensen uitsteekt en alles kan overzien, kan Hij ook ingrijpen en effectief handelend ingrijpen. Hij is God, de Allerhoogste en Hij weet wat Hij moet doen. Aanbid Hem, de grote, onkenbare, geheimnisvolle God! De tweede naam

De genoemde Naam; het Woord van God; vers 13, Zijn geopenbaarde, vleesgeworden identiteit

Johannes kijkt verder toe, waarschijnlijk was hij opnieuw volkomen in de ban van hetgeen hij zag en hoorde. "Hij was bekleed met een kleed, dat in bloed geverfd was, en zijn naam is genoemd: Het Woord van God."

Nu komen we, wat God betreft, op het terrein van het kenbare, het weetbare. Er is een naam, die wij kennen en waarmee wij Hem kunnen identificeren: Het Woord van God. In het evangelie van Johannes wordt Jezus op een unieke wijze geintroduceerd als het Woord van God. "In den beginne was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God."

Dan komen wij opnieuw bij een detail dat zeer bijzonder is. Johannes ziet en weet dat de Berijder zijn gewaad met bloed heeft geverfd. Mogen we een vraag stellen, Johannes. Met wiens bloed heeft Hij zijn gewaad geverfd?

Een goede vraag: met wiens bloed heeft Hij zijn gewaad geverfd? Heeft Hij zijn gewaad geverfd met het bloed van overwonnen vijanden of..... met zijn eigen bloed, dat Hij vergoot op Golgotha? Sommige uitleggers houden het op de ene, anderen op de andere uitleg. Ik houd het erop dat Hij zijn gewaad in zijn eigen bloed geverfd heeft. Omdat hetgeen over zijn gewaad wordt gezegd in onmiddellijk verband gebracht wordt met zijn identitieit als Het Woord, de Logos. Als de vleesgeworden, geopenbaarde God heeft Hij op Golgotha zijn bloed vergoten. Dat heeft Hij met liefde gedaan, ook met een waardig besef van trots: "Dit heb Ik gedaan om de mensen te redden." Hij geneert zich niet ervoor. In alle eeuwigheden zal Hij bekend blijven als de vleesgeworden God, die zijn levensbloed vergoot om verloren mensen te redden, hen te verzoenen met God. Dat is zijn eer, zijn historische heldendaad. Hij kwam niet om het bloed van anderen te vergieten. Hij kwam om zijn eigen bloed te vergieten. Wie u ook bent, die mij aanhoort, wie u ook bent, die dit leest, ik zeg u: Hij vergoot, als het Woord van God. zijn bloed ook voor u. Kom wees dankbaar voor wat Hij voor u heeft gedaan en zeg: "Dank U, Heer. Dank U, Heer."

Nog een keer: Christus is de Logos, de geopenbaarde God. God, die mens is geworden. God, die Ondoorgrondelijk in zijn diepste Wezen is, is zichtbaar, tastbaar, hoorbaar en verstaanbaar voor ons geworden. In zijn lichaam heeft Hij geofferd als losprijs voor onze zondeschuld. Ik stel u voor: God, het Woord, de Logos, de Verzoener van onze zonden, de Berijder van het witte paard. Zie zijn gewaad rood geverfd met zijn eigen bloed.

De Naam van zijn universele heerschappij; vers 16, Zijn majesteitelijke Identiteit

Vers 16: "En Hij heeft op zijn kleed en op zijn dij geschreven de naam: Koning der koningen en Heer der heren."

Hier zijn opnieuw allerlei merkwaardige en betekenisvolle details. Johannes ziet op het kleed en de dij van de Berijder van dit witte paard de naam geschreven staan 'Koning der koningen en Heer der heren.' Johannes weet ook dat de Berijder die naam zelf geschreven heeft. De Verlosser, de Verzoener van onze zonden, het Lam dat geslacht was heeft nu Koninklijke waardigheid en autoriteit ontvangen. De Heer trekt erop uit op zijn paard om zijn heerschappij over landen en volken te vestigen. Hij zal regeren over de koningen en volken van de aarde met strenge hand. Die hebben zij nodig om in het gareel te worden gehouden. De Heer kan en zal in zijn iefde en genade ook gestreng zijn in het brengen en handhaven van gerechtigheid. Hij weet mede uit eigen ervaring met mensen tijdens zijn omwandeling op aarde, dat een menselijke samenleving alleen veilig kan zijn als het recht geëerbiedigd wordt. Sommigen, indien niet velen, verwierpen zijn liefde en genade en ontwikkelden zelfs een intense haat tegen Hem en zijn rechtseisen. Tegen dergelijke mensen zal thans Hij optreden. Toen, tijdens zijn leven als Messias, prediker en genezer, was Hij als een Lam, dat ter slachting werd geleid. Maar thans, zo ziet Johannes hem, is Hij de Leeuw van Juda. Mensen kunnen nu zijn liefde verwerpen, maar het fundamenteel beginsel van rechtvaardigheid dat onder mensen gehandhaafd dient te worden kan straks, als Hij komt om te heersen, niet verworpen worden. Daarom zien we hem uitgebeeld als een streng en toornend Heerser, die ongehoorzaamheid aan de norm van rechtvaardigheid, zal wreken.

Deze Koning der koningen en Here der heren, de Berijder van het witte paard wordt gevolgd door hen, die in de hemel zijn. Zij volgen Hem ook op witte paarden, gehuld in wit en smetteloos fijn linnen. Wie zijn dat, deze rijders op witte paarden? De waarneming dat zij witte en smetteloze gewaden dragen wijst erop dat het de verlosten zijn. Is deze ruiterstoet de gemeente, die opgenomen was en die nu met Hem terugkeert? Als dit zo is kunnen u en ik er ook bij behoren. Wordt er niet gezegd van de heiligen dat zij als koningen met Hem zullen heersen? Wel, hier komen zij op witte paarden, zij volgen hun Heer en Heiland, die zijn koningschap op aarde met recht en gerechtigheid zal vestigen!

Oproep en slot

Het is duidelijk wie de Berijder van dat witte paard is, hij is Jezus Christus. Hij komt terug als Koning der koningen en Heer der heren. Elk oog zal Hem zien, want Hij zal de aarde op zijn witte paard doorkruisen en zijn gezag overal vestigen. "Wie is die Berijder van dat witte paard," zullen mensen overal over hem fluisteren. En men zal zeggen: "Weet je dat nog niet? Hij is Het Woord van God, de Logos. Hij gaf zijn levensbloed ter vergeving van al onze zonden." En als men zal vragen: "Hoe is zijn kleed zo bloedrood geworden?" Zal men antwoorden: "Hij heeft het geverfd in zijn eigen bloed, is dat niet geweldig? Want de meeste koningen hebben wreed veel onschuldig bloed vergoten en hun klederen ermee besmet. Hij gaf zijn eigen bloed voor onze redding. Hij was onschuldig, nu is Hij onoverwinnelijk. Hij was toen God in alles gehoorzaam. Nu eist Hij van anderen onvoorwaardelijke gehoorzaamheid. Hij was als een Lam, nu is Hij als een Leeuw.

Nu we deBerijder van het wittte paard hebben leren kennen, voor zover hij door ons te kennen is, roep ik u op in Hem te geloven met uw gehele hart. Vertrouw en volg Hem met onderdanige, oprechte gehoorzaamheid. Buig u nu voor Hem. Val aan zijn voeten en aanbid Hem. Zing het: "Ik kniel neer, voor U, mijn Heer!" Laat Hem nu heersen in en over uw leven door uw vrijwillige onderwerping aan Hem. Straks zult u dan met Hem mee rijden op een van zijn vele witte paarden.

December 1998

~~~~~~~~~~~

Reageren? Contacteer: Pastor T. J. de Ruiter